"Sneeuw vertraagt alles, behalve de snelheid van uitglijden"

Veiligheid op natuurijs

Het mooiste schaatsen is schaatsen op natuurijs, lekker door de polder of over een brede vaart of meer. Maar dit moet natuurlijk wel veilig. Hieronder een aantal tips om dit zo veilig mogelijk te doen.

Schaatsen is …………….
Vallen en opstaan hoort bij schaatsen. Een schaatsenrijder die zegt nooit te vallen is een leugenaar. Valpartijen ontstaan door: vermoeidheid, materiaalpech, scheuren in het ijs of concentratie gebrek. Het is aan te raden zo uitgerust mogelijk van start te gaan en je goed voor te bereiden op een tocht(je). Voordat je de schaatsen onderbindt doe je natuurlijk een korte warming-up, bijvoorbeeld door een stukje te joggen. Materiaalpech is natuurlijk nooit helemaal te voorkomen, maar als je de spullen goed onderhoudt beperk je de gevaren. Hou op natuurijs voldoende afstand, zodat je niet in de schaatsen van je voorganger kunt vallen.

Pas op voor bevriezing
Draag altijd wanten of handschoenen, niet alleen vanwege de kou, ook om je handen te beschermen als je valt. Zorg dat je een muts of hoofdband bij je hebt. Bij ernstige kou voorkom je daarmee ook bevriezing van je oren. De delen van je gezicht die je niet tegen vrieskou kan beschermen kun je insmeren met watervrije vaseline. Draag warme kleren die kunnen ventileren; ook transpiratievocht kan bevriezen. Zorg wel altijd voor een winddicht jack. Draag bij voorkeur een dunne badstof sok in je schaatsschoen.

Vergeet niet te eten en te drinken
Als je wat langer onderweg bent, zorg dan voor een rugzakje met eten en drinken. Bananen en energierepen kunnen handig zijn. Tijdens het schaatsen verlies je door transpiratie veel vocht, al gauw een liter per uur. Zorg dus dat je regelmatig drinkt. Neem in elk geval een thermoskan met thee mee.

Het “lezen” van het ijs
De KNSB staat pas toertochten toe als het ijs een dikte heeft van minimaal 13 centimeter. Op een minder dikke ijsvloer kan je natuurlijk ook wel schaatsen, maar dan moeten er niet te veel schaatsers gelijk het ijs op gaan. Aangeraden wordt om niet te gaan schaatsen op plekken waar nog niemand heeft gereden, maar ja …… iemand moet de eerste zijn. Zwart ijs is voor sommigen eng om op te schaatsen, maar is volgens kenners vaak het sterkst. Dun ijs kraakt vaak en er kunnen veel scheuren in komen. Vuilwit sneeuwijs is bros en kan breken zonder waarschuwend kraken vooraf. Dus blijf uitkijken!

Een wak (zwakke plekken)
Je moet in ieder geval oppassen bij rietkanten en bruggen. De temperatuur is daar vaak iets hoger, met dus een grotere kans op zwakke plekken. Op plekken waar watervogels zitten, moet je ook uitkijken; watervogels houden vaak wakken open. Zwakke plekken vind je vaak ook bij gemalen en overgangen van breed naar smal water, waar meer stroming voorkomt. Vermijd grote meren en brede vaarten. Zorg dat je voor het donker terug bent zodat je de staat van het ijs kan blijven beoordelen.

Toch door het ijs gezakt?
Als je ondanks goed uitkijken toch door het ijs gaat en in diep water terechtkomt, probeer dan terug te keren naar de plek waar je vandaan kwam, daar was in ieder geval het ijs sterk genoeg om je gewicht te dragen. Probeer het wak uit te “zwemmen” en werk je plat op de buik liggend vooruit tot je weer vast ijs onder je voelt. Handel snel want onderkoeling ligt al heel snel op de loer. Eigenlijk moet je altijd speciale ijspinnen bij je hebben waarmee je jezelf uit een wak kunt trekken door de pinnen in het ijs te drukken. Een werplijn hoort ook tot de standaard uitrusting. Deze kan je toewerpen aan iemand die zich nog op het ijs bevindt of als je op het ijs staat naar iemand die in een wak ligt. Zorg ervoor dat je beiden de lijn stevig vast hebt. Door voorzichtig te trekken kan je iemand uit het wak trekken.

LET OP: denk altijd het eerste aan je eigen veiligheid. Neem geen onverantwoorde risico’s als een ander in het wak ligt. Je hebt er niets aan als je straks met zijn tweeën ligt te spartelen en er verder geen hulp in de buurt is. 

Tips:
• ga nooit alleen de polder in en neem altijd een gsm (in een plastic zakje) mee te nemen.
• mocht je ooit onder het ijs komen, weet dan dat het wak een donkere plek in het ijs is. Maar: als er sneeuw op het ijs ligt, is het wak juist lichter van kleur. Dit is overigens alleen goed te zien vanaf een redelijke diepte, dus niet vlak onder het ijs.

Eerste hulp
Door valpartijen kun je lelijke snijwonden krijgen van de schaatsijzers. Soms kunnen er zelfs slagaderlijke bloedingen door voorkomen. De slagader moet dan boven de wond dichtgedrukt worden en de schaatser moet snel naar een ziekenhuis worden gebracht.

Blessures
Snijwonden door schaatsen kunnen ook zorgen voor pees- of zenuwbeschadigingen. Kneuzingen en verrekkingen komen bij schaatsers geregeld voor. Door een kneuzing of verrekking ontstaat een bloeduitstorting. Masseer de aangedane plek niet, maar zorg direct voor koeling door er een natte, koude lap op te drukken. Ook in geval van verstuiking, bijvoorbeeld door het te ver draaien van een gewricht, is koeling van belang.

112
Zorg ook op het ijs dat je altijd weet waar je je bevindt. Als er zich calamiteiten voordoen en je moet via de GSM de nooddiensten oproepen is het altijd handig als je kunt uitleggen op welk “water” je hulp nodig hebt. Roepen dat je op een groot water tussen Roelofarendsveen en De Kaag bent is niet erg handig en kan de hulpverlening ernstig vertragen.


Ogenblik a.u.b. ...