"Sneeuw vertraagt alles, behalve de snelheid van uitglijden"

Zelf schaatsen slijpen

Schaatsen moeten met enige regelmaat worden geslepen. Op botte schaatsen glijd je snel weg en kan je niet goed afzetten. Als je wat vaker gaat schaatsen of zelfs wekelijks meerdere keren gaat trainen moeten schaatsen ook vaker worden geslepen. Om dan elke keer je schaatsen te laten slijpen wordt een dure aangelegenheid en je moet je schaatsen dan vaak ook een dag of langer missen. Als je serieus met de schaatssport bezig bent kun je het beste zelf de slijpbenodigdheden aanschaffen (of aan je ouders vragen dit te doen) en zelf leren slijpen. Iedereen kan het leren, maar je moet wel weten hoe. Lees maar verder.

Wat heb je nodig?
• Een slijpblok
• Een slijpsteen
• Een braamsteentje

Het slijpblok.
Dit is een soort bankschroef waarin de schaatsen ondersteboven in vast kunnen worden gezet. Je hebt verschillende types met voor- en nadelen. Het belangrijkste van een slijpblok is dat het stevig is en de schaatsen er goed in vastgezet kunnen worden en op exact gelijke hoogte. Houten schaatsen of easygliders passen vaak niet in een slijpblok. Ze kunnen vaak niet goed vast gezet worden. Het verstandig om een tafel te nemen die afstand blokjes heeft. Laat je goed informeren door de schaatswinkel.

De slijpsteen.
Voor het slijpen van schaatsen zijn speciale slijpstenen in de handel welke bestaan uit twee verschillende materialen. De ene kant heeft een grove korrel voor het grofslijpen, de andere kant een fijne korrel voor het polijsten. Tijdens het slijpen moet je er aan denken dat je de gehele oppervlakte van de steen gebruikt anders wordt de steen hol of komen er zelfs sporen in. Als de steen vuil wordt door al het slijpen kan je hem gewoon afspoelen onder de kraan en als het heel erg is schoonmaken met petroleum.

Het braamsteentje.
Dit is een klein steentje welke je gebruikt om na het slijpen de bramen (kleine beschadigingen) aan de zijkanten van de ijzers weg te halen. Het is handig dit braamsteentje ook mee te nemen als je gaat trainen of wedstrijdrijden. Rijd je een braam dan kan je die nog even voor de start verwijderen.

Speciale polijststenen.
Wedstrijdrijders willen hun schaatsen vaak nog extra polijsten. Hiervoor zijn speciale polijststenen in de handel; de zogenaamde Arkansas-stenen. Hiermee kunnen de schaatsen nog gladder worden gepolijst.

Wanneer moeten schaatsen geslepen worden?
Wedstrijdrijders slijpen hun schaatsen voor elke wedstrijd en training. Als je een recreatief schaatser bent is het afhankelijk van waar je rijdt, ijsbaan of natuurijs en of het ijs waar je schaatst (erg) vies is. Natuurlijk is het ook afhankelijk van je techniek. Als je tijdens een schaatstochtje moet klunnen is het ook tijd om de schaatsen te slijpen. Meestal voel je vanzelf wanneer de schaatsen weer geslepen moeten worden. Je merkt dan namelijk dat je wegglijdt bij het afzetten en dus minder houvast hebt op het ijs. Je kunt de scherpte van de ijzers controleren door met je nagel langs de ijzers te schrapen van boven naar beneden. Als er geen nagelslijpsel op je ijzer blijft liggen is de schaats bot en moet er geslepen worden.

De ronding van het ijzer en het loopvlak.
De ronding van de ijzers is voor iedereen verschillend, een geroutineerd rijder zal meestal op wat rondere ijzers rijden en een beginner op wat vlakkere ijzers. We zullen hier van het gemiddelde uitgaan, Als we de schaatsen met de ijzers tegen elkaar aanhouden moet er achter een ruimte van  ± 1 mm en voor een ruimte van ± 2 mm zijn.
De ijzers moeten een regelmatige ronding hebben. Het hoogste punt van de ijzers, dit is het punt waar de ijzers tegen elkaar komen als we voor en achter een gelijke kracht uitoefenen op de ijzers, moet zich op ongeveer 1/3 van de achterkant van het ijzer bevinden. Als we de schaatsen nu tegen het licht houden zullen we zien dat over een afstand van ongeveer 5 cm, op de plaats van het hoogste punt van het ijzer, er geen licht tussen de ijzers door komt. Dit noemt men het loopvlak.
Om nu te controleren of de ronding goed is laten we een ijzer van voor naar achter over het andere ijzer rollen. Als de ronding goed is zullen we het loopvlak ook van voor naar achter zien lopen en zal het loopvlak niet noemenswaardig van lengte veranderen. Als men schaatsen heeft die al vaak zijn geslepen kan het voorkomen dat de ronding wel goed is maar dat het loopvlak (het hoogste punt van het ijzer) zich niet meer op de juiste plaats bevind. U kunt dit bijvoorbeeld een maal per seizoen door een slijperij laten corrigeren. Als je zelf slijpt dient u regelmatig te controleren of je het loopvlak niet verslijpt (verplaatst). Je kunt dit ook controleren met behulp van een stalen lineaal als de schaatsen ingesteld zijn in het slijpblok. Opmerking: in het voor- en naseizoen als het ijs van de kunstijsbanen wat zachter is kun je het beste je schaatsen iets ronder slijpen als in de periode dat het ijs heel hard is.

De hoek van het ijzer.
Bij de meeste slijpblokken staan de schaatsen altijd automatisch recht ingesteld. Er zijn echter ook typen slijpblokken waarbij men de schaatsen met de hand hanks in moet stellen. Het is heel belangrijk dat dit zeer secuur gebeurt aangezien er vrijwel niet op de schaatsen te rijden is als de hoek van het ijzer niet exact 90 graden is. Ook als de slijpsteen door slijtage hol geworden is kan het voorkomen dat het ijzer niet exact haaks geslepen wordt, dit kan worden voorkomen door de slijpsteen opnieuw vlak te maken, door hem op een andre steen vlak te slijpen.

Het slijpen.
Als de schaatsen op de juiste wijze in het blok zijn ingesteld, waarbij we er goed op letten moeten dat de schaatsen zowel in de lengte als in de hoogte exact gelijk gesteld zijn, beginnen we met het eigenlijke slijpen. We beginnen te slijpen met de grove kant van de slijpsteen. Het slijpen met een droge steen gaat zeer goed! We zetten het slijpblok recht voor ons neer, met de achterkant van de schaatsen naar ons toe. Met beide handen houden we de steen aan de uiteinden of aan de houder vast. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen de druk op de beide uiteinden van de steen zo gelijkmatig mogelijk te houden.

We maken met de steen lange streken over de ijzers van schuinlinks naar schuin-rechts, van achteren naar voren. Vervolgens eenzelfde aantal maal van schuinrechts naar schuin-linksvoor. Slijp overal evenveel, dan zul je de ronding intact houden. Maak vooral lange streken dan wordt de steen minder hol. Men mag met de slijpsteen nooit draaiende bewegingen maken, je zult dan een piepend geluiden horen ten teken dat de ijzers trillen, zo krijg je nooit goed scherpe ijzers!
Je moet verder goed opletten dat de druk op de slijpsteen, als je op het midden van de ijzers bent, niet groter is als aan de uiteinden. Hiertoe is men vooral als men pas zelf slijpt gauw geneigd. Het gevolg hiervan is dat de ijzers hol geslepen worden, terwijl ze juist bol moeten zijn. Deze ronding kunt je ook tussentijds controleren met een stalen lineaal. Deze lineaal moet absoluut recht zijn en mag als hij op het ijzer wordt gehouden altijd slechts op een punt dit ijzer raken.
Ook heeft men vaak de neiging om ongemerkt aan de achterkant teveel kracht uit te oefenen op de steen waardoor er aan de achterkant teveel wordt af geslepen, je kunt dit voorkomen door het slijpblok halverwege om te draaien en een zelfde aantal malen met de schaatspunten naar je toe te slijpen als je met de achterpunten naar je toe heeft gedaan. Tijdens het grofslijpen controleren we regelmatig of de ijzers al scherp genoeg zijn. We kunnen dit op verschillende manieren controleren.
Door de schaatsijzers naar het licht te houden de snijranden van de ijzers mogen niet glimmen, want dat betekent dat ze nog niet volkomen haaks dus nog niet scherp zijn.
Door met je nagel langs de scherpe kant van het ijzer te schrapen, als het ijzer scherp is zal er nagelschraapsel loskomen.
Door met je handpalm over het ijzer te vegen (niet in de lengterichting!), je voelt nu met de hand of het ijzer scherp is. Je kunt dit doen door je hand op het ijzer te leggen en vervolgens met een beweging welke dwars op het ijzer staat, weg te trekken en een lichte druk op het ijzer uit te oefenen.
Als de schaatsen goed geslepen zijn zit er nu een braam aan de zijkanten van de ijzers. We gaan deze weghalen met het braamsteentje. Hiertoe zetten we het slijpblok op z’n zijkant en plaatsen het braamsteentje op de zijkant van een van de ijzers.
Door dit braamsteentje in de lengterichting over de zijkant van het ijzer te bewegen kunnen we nu de braam wegslijpen. Eigenlijk vouwen we de braam met het steentje terug naar boven. Hierbij moet je heel goed oppassen dat je het steentje niet kantelt aangezien je anders een ronde kant aan het ijzer slijpt en je de schaats zo dus heel erg bot maakt! Men noemt dit “over de kop wetten”. We zetten het slijpblok nu weer recht en maken met de grove kant van de steen één a twee streken in één keer over hele ijzer om de grootste slijpkrassen weg te slijpen op het slijpvlak. Hierdoor wordt de braam die we naar boven hebben gevouwen ook weer opzij gevouwen of reeds afgebroken (weggeslepen). We wetten nu nogmaals de zijkant met het braamsteentje. Hierna gaan we met de polijstkant van de grote slijpsteen, dat is de kant met de fijne korrel, het bovenvlak van het ijzer polijsten tot het zo glad als een spiegel is. Hierna nog eenmaal de zijkant afbramen en tot slot nogmaals het bovenvlak glad polijsten. Het kan voorkomen dat de braam aan de zijkant dan nog niet weg is, je dient dan nogmaals de zijkant te wetten met het braamsteentje en tot slot de bovenkant te polijsten.
Maak na het slijpen uw schaatsen altijd goed schoon, het slijpsel kan, als u het niet wegveegt, uw schaatsen weer snel bot maken.

Hiermede is het slijpen van je schaatsen gereed.
Zorg ervoor dat de binnenkant van de schaatsbeschermers schoon is, dit om te voorkomen dat geslepen schaatsen door het vuil dat in de beschermers aanwezig is weer snel bot worden.

 


Ogenblik a.u.b. ...